Methotrexaat

Het werkzame bestanddeel van de Metoject® PEN en Metoject® voorgevulde spuit is het geneesmiddel methotrexaat.

Wat is methotrexaat?

Methotrexaat behoort tot de groep van medicijnen die DMARD’s worden genoemd. DMARD is een afkorting voor Disease-Modifying Anti Rheumatic Drug, ook wel ontstekingsremmer genoemd. Methotrexaat is een DMARD.

Gebruik methotrexaat met andere geneesmiddelen

Gebruiken patiënten naast methotrexaat nog andere geneesmiddelen, of hebben ze dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat ze in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaan gebruiken? Patiënten moeten dit dan aan hun arts of apotheker vertellen. Let op: dit geldt ook voor geneesmiddelen die patiënten in de toekomst gaan gebruiken.

Het effect van de behandeling kan worden beïnvloed wanneer dit middel gelijktijdig met bepaalde andere geneesmiddelen wordt toegediend:

  • Geneesmiddelen die schadelijk zijn voor de lever of het aantal bloedcellen, bijvoorbeeld leflunomide.
  • Antibiotica (geneesmiddelen ter voorkoming/bestrijding van bepaalde infecties) zoals tetracyclines, chlooramfenicol en niet-absorbeerbare breedspectrumantibiotica, penicillines, glycopeptiden, sulfonamiden (geneesmiddelen die zwavel bevatten en die bepaalde infecties voorkomen/bestrijden), ciprofloxacine en cefalotine.
  • Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen of salicylaten (geneesmiddelen tegen pijn en/of ontsteking).
  • Probenecide (geneesmiddel tegen jicht).
  • Zwakke organische zuren zoals lisdiuretica (‘plastabletten’) of sommige geneesmiddelen die worden gebruikt voor het behandelen van pijn en ontstekingsziekten (bijvoorbeeld acetylsalicylzuur, diclofenac en ibuprofen) en pyrazol (bijvoorbeeld metamizol voor het behandelen van pijn).
  • Geneesmiddelen die bijwerkingen kunnen hebben op het beenmerg, bijvoorbeeld trimethoprimsulfamethoxazol (een antibioticum) en pyrimethamine.
  • Sulfasalazine (antireumaticum).
  • Azathioprine (een immunosuppressivum dat soms wordt gebruikt bij ernstige vormen van reumatoïde artritis).
  • Mercaptopurine (een cytostaticum).
  • Retinoïden (geneesmiddel tegen psoriasis en andere dermatologische ziekten).
  • Theofylline (geneesmiddel tegen astma bronchiale en andere longziekten).
  • Protonpompremmers (geneesmiddelen tegen maagproblemen).
  • Hypoglycemica (geneesmiddelen die worden gebruikt om de bloedsuikerspiegel te verlagen).

Vitaminen die foliumzuur bevatten, kunnen het effect van uw behandeling verminderen en dienen alleen op advies van uw arts te worden genomen.

Vaccinaties

Patiënten die mogelijk vaccinaties tijdens de behandeling krijgen dienen altijd aan de arts te melden dat ze methotrexaat gebruiken. Methotrexaat kan de weerstand van patiënten verlagen, de vaccinatieresultaten beïnvloeden en de kans op bijwerkingen door de vaccins vergroten. Daarom dient er met de apotheker of arts overlegd te worden als patiënten moeten worden gevaccineerd.

Methotrexaat en alcohol

Alcohol in combinatie met methotrexaat verhoogt het risico op een afwijkende leverfunctie. Patiënten moeten daarom voorzichtig zijn met het gebruik van alcohol. Het advies is bij voorkeur niet meer dan één alcoholconsumptie per dag te gebruiken. Alcohol irriteert bovendien de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en de darmen.

Mogelijke bijwerkingen

De reumatoloog zal regelmatig bloed laten onderzoeken bij patiënten om eventuele stoornissen in de lever en in de aanmaak van bloed in een vroeg stadium te ontdekken. Het is daarom erg belangrijk dat patiënten zich aan de afspraken voor bloedcontrole houden.

Controles

Zoals elk geneesmiddel kan methotrexaat bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. De ernst van de bijwerkingen kunnen ook afhankelijk zijn van de hoogte van de dosering die gebruikt wordt. Om de kans op bijwerkingen zo veel mogelijk te beperken, wordt in de regel foliumzuur (vitamine B11) voorgeschreven. Vanwege de relatief lage doseringen van methotrexaat bij de behandeling van reumatische aandoeningen komen de bijwerkingen minder vaak voor en zijn deze minder ernstig van aard in vergelijking met gebruik bij hogere doseringen.

In de patiëntenbijsluiter staat een opsomming van bijwerkingen die kunnen voorkomen. De meest voorkomende bijwerkingen zijn: ontsteking in de mond, verstoring van de spijsvertering (indigestie, misselijkheid, verlies van eetlust) en toename van leverenzymen.

Methotrexaat bestaat als tabletten en als injecties. Bij injecties kunnen iets minder vaak maagdarmklachten voorkomen.

Zwangerschap

Methotrexaat mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt vanwege een vergrote kans op miskramen en aangeboren afwijkingen. Daarom wordt aan zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten geadviseerd om tijdens de behandeling met methotrexaat voor een betrouwbare anticonceptie te zorgen. Na beëindiging van de behandeling moet de anticonceptie nog drie maanden worden voortgezet. Als patiënten een zwangerschap overwegen  is het uiteraard van belang dat zij dit met de behandelend arts overleggen.

Borstvoeding

Methotrexaat gaat over in de moedermelk. Borstvoeding wordt tijdens de behandeling met methotrexaat ten zeerste afgeraden.

Aanvullende informatie

Methotrexaat wordt behalve bij reumatische aandoeningen ook gebruikt bij kwaadaardige aandoeningen. Bij deze behandeling van kanker wordt methotrexaat echter in hoge doseringen via een infuus toegediend. De dosering die wordt toegepast bij reumatische aandoeningen is veel lager en de bijwerkingen zijn dan ook niet vergelijkbaar.

Bovenstaande informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld maar vervangt niet de patiëntenbijsluiter. Lees daarom altijd de bijsluiter van Metoject® aandachtig door voor gebruik.

Online bronnen: reumafonds.nl; apotheek.nl; cbg-meb.nl